20-10-06

Over het leven en de ander

Er dwarrelen gedachten rond in mijn hoofd als kleurige herfstbladeren. Ze vormen een zacht tapijt om in te rollebollen of om me mee te bedekken als een warme slaap vol dromen.

Ik droom dat ik een kei ben, een mooie kei maar nog hoekig en vlakkig als een briljante diamant. Het leven overspoelt me en slijt scherpe kantjes tot rondingen, langzaamaan. Soms als de stroming ruw wordt, werpt ze me op de rotsen. Al hotsend en botsend tuimel ik naar beneden. Ik bluts en buil en schuur en ook de ronde kantjes blijven niet gespaard. Het leven is soms schuurpapier dat je opruwt. En zo gaat het maar verder met de kei. Altijd dezelfde kei, altijd anders. Ik verander en ik blijf dezelfde. Er springen stukjes af, er komen hoekjes bij of een zachte golving. Jij kijkt naar me en zegt dat ik veranderd ben, maar diep vanbinnen, daar waar jij me niet meer kan zien, ben ik nog helemaal zoals je me kent. Constant en onveranderd de kern van wie ik ben.

Maar jij, jij die mij enkel van buiten kan observeren. Ook jou zie ik niet helemaal vanbinnen. Jij daar en zo dichtbij en ik hier zo dichtbij, maar zo verschillend in de wereld, tegelijkertijd zo ver weg. Niemand kan ooit echt dicht bij een ander komen. Niemand kan ooit kijken door een ander paar ogen dan de zijne. De ander is altijd een mysterie. Dichtbij maar ver weg, we leven in een andere wereld. We worden overspoeld door een anders uitziende zachte zee of opgeruwd door een ander stukje van het schuurpapier. En toch, toch zijn we allemaal ergens dezelfde. Iedereen is een beetje mij, ik ben een beetje iedereen.

11:08 Gepost door ~ in Teksten | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |